Provincie Fryslân - FAMKE - 15 november 2004
Aanzet tot Programma van Eisen
|
Midden bronstijd - Middeleeuwen – waarderend onderzoek op terpen
|
Achtergrondonderzoek
In de database van AMK en Archis dient te worden gezocht naar eventuele aanwezige AMK-terreinen. Tevens dient te worden onderzocht of er vondstmeldingen uit het plangebied of directe omgeving bekend zijn.
Veldonderzoek
Het veldonderzoek dient te worden gedaan door een gekwalificeerd archeoloog.
- De boringen dienen in een kruisraai te worden gezet over de terp/terpzool, zodat op tenminste vier punten de begrenzingen van de opduiking kunnen worden vastgesteld. Eventueel kunnen er extra boringen worden gezet om de randen op te zoeken. Bij een onderzoek op een gedeelte van de terp dienen de boringen richting hart van de terp te lopen.
- In geval van een tracé worden er boringen in een raai gezet, waarbij de afstand tussen de boringen niet meer dan 15 meter bedraagt.
- In geval van een tracé worden er megaboringen in een raai gezet, waarbij de afstand tussen de boringen 15 meter bedraagt.
- Er dient gewerkt te worden met een gutsboor om de getandheid en/of gelaagdheid van antropogene lagen goed te bestuderen.
Rapportage
Het rapport behoort in ieder geval de volgende onderdelen te bevatten:
- Een paragraaf waarin staat vermeldt om welk type plan het gaat, welke ingrepen in het bodemarchief worden voorzien (omvang en diepte).
- Een paragraaf waarin de methoden en technieken worden beschreven.
- Een paragraaf waarin wordt aangegeven wat precies de omvang is van de een al dan niet intacte terp/terpzool/terplaag, hoe diep deze zich onder het maaiveld bevindt, en welke archeologische indicatoren zijn aangetroffen. Tevens dient een uitspraak te worden gedaan over de behoudenswaardigheid van de vindplaats.
- Een paragraaf met aanbevelingen, waarin staat verwoord hoe de eventueel gekarteerde aanwezige archeologische resten beschermd dienen te worden in het voorgenomen plan, of welk vervolgonderzoek nog uitgevoerd dient te worden om over de mogelijke bescherming in situ of ex situ nadere uitspraken te kunnen doen.
- Een boorpuntenkaart, waarop boringen met archeologische indicatoren herkenbaar zijn aangegeven.
- Een overzichtskaart met begrenzingen van het plangebied, eventueel gecombineerd met de boorpuntenkaart.
- Een overzichtskaart van het plangebied waarin de begrenzingen van de terp duidelijk staan aangegeven en waarbinnen de grenzen van de vindplaatsen te zien zijn.
- Boorstaten met NAP en maaiveldhoogte, waarin duidelijk de opbouw van de bodem zich duidelijk laat aflezen, en waarin de hoogte van archeologische indicatoren staat aangegeven.
Een exemplaar van het rapport (zo mogelijk ook een digitaal exemplaar) en de eventueel aangetroffen vondsten, vergezeld van een digitale vondstenlijst (Excel), dienen te worden verzonden naar:
Het Noordelijk Archeologisch Depot
Nieuweweg 76
9364 PE te Nuis.
Een exemplaar van het rapport (zo mogelijk ook een digitaal exemplaar) dient te worden verzonden aan:
Provincie Fryslân
t.a.v. dhr. G. de Langen
Postbus 20120
8900 HM Leeuwarden
NB. Dit zijn algemene richtlijnen voor onderzoek. Mocht een specifieke situatie om een specifiekere onderzoeksstrategie vragen, dan gaan wij ervan uit dat het betrokken onderzoeksbureau – zij het goed beargumenteerd in de offerte – een aangepaste onderzoeksstrategie voorstelt.